NIEUWSBRIEF

Actuele informatie over onze cursussen in je mailbox. Aanmelden
Ingrijpen bij onverwachte gebeurtenissen

Ingrijpen bij onverwachte gebeurtenissen

Wat mij verbaast is dat veel bedrijven maar weinig daadkrachtig ingrijpen bij bepaalde ongewenste, maar wel te verwachten, gebeurtenissen zoals brand of het vrijkomen van bedrijfsstoffen. 

Men laat daarbij de regie vaak aan anderen over en reageert dan te laat. Daardoor kan onnodig veel letsel en schade ontstaan. Enkele voorbeelden: 

Laboratoria

Bij veel laboratoria weten medewerkers niet waar de afsluiters van bedrijfsstoffen zitten (gassen, water, elektra). Soms zitten de afsluiters van de bedrijfsstoffen (discutabel) in de laboratoriumruimte (dus de gevarenzone) zelf. Soms zitten ze zelfs boven het systeemplafond en moet er eerst een ladder gehaald worden om erbij te kunnen. In verschillende laboratoria gaat men eerst op de technische dienst (TD) wachten om de bedrijfsafsluiters te bedienen. In een aantal gevallen werken de betreffende TD-medewerkers niet in hetzelfde gebouw, maar moeten zij van een ander gebouw komen. Daarmee gaat veel tijd verloren en kunnen de gevolgen door het verspreiden van die bedrijfsstoffen onnodig groot zijn. Merkwaardig is dat de medewerkers niet zelf de regie in handen nemen. Zij zijn altijd ter plekke en kunnen juist door zeer snel in te grijpen de gevolgen enorm beperken. 

Mechanisch geventileerde gebouwen

Iedereen weet dat bij brand zoveel mogelijk moet worden voorkómen dat er verse lucht naar de brandhaard gaat. Standaard tref je dan ook op de instructiebordjes de regel aan: bij brand ramen en deuren sluiten. In een aantal gevallen wordt zo het vuur letterlijk gesmoord doordat er geen verse lucht kan toetreden. Ook de architecten hebben hier rekening mee gehouden: steeds vaker kan de mechanische ventilatie van de werkruimtes beneden op de begane grond bij de receptie van het gebouw bij het brandmeldpaneel worden bediend. Daarmee kan de toe- en/of afvoerventilatie worden uitgeschakeld. Bij sommige systemen is dit automatisch gekoppeld aan het brandalarm, maar vaak ook niet en moet het schakelen handmatig gebeuren. 

Menig receptionist, vaak ook zelf BHV-er, weet echter niet eens uit te leggen wat de ventilatie-standen eigenlijk betekenen, laat staan dat hij ze kan en gaat bedienen. Veel bedrijfshulpverlening-organisaties wachten tot de brandweer komt om deze schakelaars te bedienen. Dit is bepaald niet consistent met de instructies op de brandinstructiebordjes voor de gebouw-gebruikers om bij brand ramen en deuren te sluiten. Die moeten dan wel dicht, maar via de mechanische ventilatie wordt een beginnende brand vervolgens wel alle ruimte geboden uit te groeien tot een grote brand. Men gaat toch ook niet op de brandweer wachten voordat ramen en deuren gesloten worden? 

Operatiekamers bij ziekenhuizen

Hetzelfde is te zien in menig ziekenhuis bij de operatiekamers. OK’s worden flink geventileerd waarbij een belangrijk deel uit recirculatie (via HEPA-filters) bestaat. Vlak buiten de OK’s zitten schakelaars om de ventilatie in de OK in geval van calamiteiten uit te schakelen (alsmede de zuurstoftoevoer e.d. stil te zetten). Maar in menig ziekenhuis is het toch de gewoonte eerst iemand van de technische dienst erbij te halen.

En dat allemaal ondanks de uitspraak ”terwijl iedere seconde telt”. Er valt zoveel winst te behalen door juist wel in de eerste seconden en minuten in te grijpen. 

Conclusie

De voorzieningen zijn er vaak wel om na een ongewenste begingebeurtenis direct in te grijpen om zo escalatie te voorkómen, maar menigeen stelt zich daarin passief op. De directe gebruiker wacht vaak op de technische dienst, de bedrijfshulpverleningsorganisatie wacht op het ingrijpen van de (externe) brandweer. Een brandweer die echter in toenemende mate direct ingrijpen van de gebruiker zelf vraagt, omdat zij steeds meer moeite heeft met het halen van de verplichte aanrijdtijden. 

Anticiperen op onverwachte gebeurtenissen zit blijkbaar onvoldoende in ons systeem. We stellen ons daarbij te gemakkelijk afhankelijk op van anderen en geven de regie weg. Maar de gevolgen zijn echter voor de volle 100 % voor onszelf. De valkuil is dat er in ons systeem soms structurele fouten zitten, maar deze zich (nog) niet vertaald hebben in zichtbare effecten. We krijgen dan een onterecht gevoel van veiligheid en nemen dan vooraf geen actie. Bij een ongeval en het ingrijpen daarna, komt echter die fout wel ‘naar boven’, maar dan is het (zoals gebruikelijk): “TE LAAT”. 

Wim van Alphen, PHOV   

In deze column komen zaken aan de orde waar ik met verbazing naar kijk. Met verbazing omdat over bepaalde zaken bij sommige branches vaak al goede oplossingen zijn bedacht en standaard worden toegepast, terwijl in andere branches deze geheel onbekend zijn. Daar werkt men nog zoals 25 jaar geleden. Soms ook worden oplossingen vanuit een andere branche wel overgenomen, maar werken deze dan juist risicoverhogend.

Er is een groot aanbod aan informatie over veiligheids-en gezondheidszaken. Ook als Stichting Post Hoger Onderwijs Veiligheidskunde (PHOV) proberen we bij te dragen aan kennisverspreiding en –vermeerdering. In 2014 doen we dat op de kop af ook al 25 jaar. Wellicht dat deze column hier weer een bescheiden steentje aan kan bijdragen. 

Deze site kan gebruik maken van cookies. Klik hier voor meer informatie en onze privacyrichtlijnen.
[X - sluiten]